Mietjes en Macho's
28 juni 2004 Lees de reacties
In 2001 leidde een onderzoek van de Vlaamse criminologe Marion Van San over allochtone jeugdcriminaliteit tot veel ophef. Van San werd verweten een onterecht verband te leggen tussen de culturele achtergrond van de jongeren en hun crimineel gedrag. Het rapport verdween in de la. Recent hebben enkele nieuwe vervolg-onderzoeken opnieuw stof doen opwaaien in België. Teams onder leiding van de criminologe Marie-Claire Foblets van de Katholieke Universitet Leuven en van Patrick Hebberecht van de Universiteit Gent interviewden enkele autochtone en allochtone jongeren en bekeken de levenswandel van criminele jongeren van Turkse en Marokkaanse origine.
Ervaringswereld
Het onderzoek van Foblets richtte zich op de normbeleving van en de wederzijdse beeldvorming tussen jongeren van autochtone en allochtone afkomst, waarbij in de laatste groep onderscheid is gemaakt tussen eerste generatie en tweede/derde generatie-jongeren. “Voor de eerste keer vertrekken we uit de ervaringswereld van de jongeren zelf”, zegt professor Foblets in het tijdschrift Weliswaar. De analyse van 46 diepte-interviews met jongeren van verschillende komaf is ronduit ontluisterend. Over en weer neigen jongeren er toe negatieve (in)directe ervaringen te veralgemeniseren, terwijl positieve ontmoetingen worden geïndividualiseerd. Allochtone jongeren, die nauwelijks contact hebben met autochtonen, stereotyperen hen als ‘racisten’. Vlaamse jongeren kenmerken hun allochtone leeftijdsgenoten generaliserend als ‘ongewoon’, ‘ongemanierd’, ‘macho’ en ‘delinquent’. Opvallend is dat Vlaamse jongeren die op concentratiescholen veelvuldig met allochtone jongeren verkeren, er een nog veel negatievere perceptie van allochtonen op na houden dan hun leeftijdsgenoten die minder frequent in contact staan met jongeren van andere afkomsten.
Respect
Zowel jongeren van autochtoon-Vlaamse origine als allochtone jongeren voelen zich respectloos behandeld door ‘de ander’. Vlaamse jongeren beschouwen zich de ‘erfgenamen van de oorspronkelijke bewoners’ en verwachten dat allochtone jongeren zich aanpassen. Omgekeerd verlangen allochtone jongeren van autochtonen ‘respect’ en ‘eerbied’ voor hun religieuze en culturele tradities. Daaronder rekenen zij de interne sociale omgang, solidariteit, religie en andere fundamenteel geachte componenten van hun gemeenschap, zoals een sterk rolgerichte opvoeding vanuit een traditionele patriarchale visie. Foblets in ‘Weliswaar’: “Respect betekent bovenal de ouders niet confronteren met dingen die ze afkeuren. Er kan veel, als de ouders het maar niet zien. Dus wel azen op autochtone meisjes, maar ze niet mee naar huis nemen. Wel drinken en stelen, maar buiten het blikveld van de vader.”
Etnische voorkeur
Hoe groot de kloof is blijkt ook uit het besef van Vlaamse jongeren dat zij opgroeien in een geïndividualiseerde samenleving met wezenlijk verschillende normen van onderlinge solidariteit dan in andere culturen gebruikelijk. Zij voelen zich kwetsbaar ten opzichte van allochtone jongeren die bij conflicten automatisch opkomen voor etnische groepsgenoten.
Foblets onderzoeksteam concludeert: “Een ‘etnische grens’ is bepalend voor de beeldvorming van en over jongeren en verklaart gedeeltelijk bepaalde gedragingen en reacties: mijdingsgedrag, onveiligheidsgevoelens, provocaties, racisme, agressief groepsgedrag.” De door het team geformuleerde aandachtspunten lijken dan ook even voor de hand liggend als moeilijk te realiseren, zoals: “de wederzijdse stereotyperingen als mechanismen van ‘self-fulfilling prophecy’ doorbreken.” En: “Het specifieke probleem van groepsgedrag.”
Aanbevelingen
Hoogleraar Hebberecht’s team interviewde 37 jongeren met een crimineel verleden. Geredenereerd werd vanuit een theoretisch aanpassingsmodel, waarin het gedrag van mensen gezien wordt als een combinatie van “reacties op de structurele en economische beperkingen van de omgeving én van culturele aangeleerde patronen.” Tegen deze achtergrond analyseert het team de bevindingen uit de interviews en formuleert diverse aanbevelingen, die veel weg hebben van ‘u vraagt, wij draaien’. De jongeren voelen zich gediscrimineerd, dus luidt de aanbeveling “striktere toepassing van de antiracismewet”; alle jongens bekennen zich tot de islam, dus “meer faciliteiten voor het beleven van de islam” zijn vereist; de criminele jongeren verwachten van de politie dat deze “respectvol, vriendelijk, beleefd, behulpzaam en niet-discriminerend optreden”, dus moet de politie “respectvol, correct en niet-discriminerend optreden.”
Onbesproken
Een aantal kenmerkende bevindingen blijft echter onbesproken. Zo blijken de jongens een “machobeeld van de mannelijke rol” te koesteren waarin zij een onderscheid maken “tussen autochtone meisjes waarmee men zich vermaakt en potentiële allochtone huwelijkskandidaten.” Een aanbeveling op dit punt ontbreekt, waardoor het onderzoeksteam de indruk wekt wel raad te weten met aanpassing van de brede samenleving, maar het antwoord schuldig te blijven op – zoniet te berusten in – cultureel overgedragen normen die crimineel gedrag in de hand werken. Slechts een minderheid van de jongeren die zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en andere vormen van geweldpleging “erkent schuldig te zijn.” De lezer zoekt vergeefs naar het advies van het wetenschappelijke team hoe met zo’n hardnekkige houding van ontkenning om te gaan. Respect?
Alex Voets
Klik hier voor het interview met mevrouw Foblets in het tijdschrift ‘Weliswaar’: Een kloof van jewelste (pdf).
Samenvattingen van de onderzoeken zijn te lezen op de website Visier.
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

