Bespreking van 'ISLAMOFOBIE?'

26 mei 2010    Lees de reacties   

Zie voor de gegevens van het boek: hier.

Aangezwengeld vanuit de Organisation of Islamic Conference – OIC, een samenwerkingsverband van 57 staten met een moslimbevolking – neemt de druk in het Westen allengs toe om ‘islamofobie’, een begrip dat de laatste tien jaar erg in zwang is geraakt, strafbaar te stellen. Frans Groenendijk toont in zijn boek ‘Islamofobie’ met 101 nuchtere argumenten aan dat dit lijnrecht ingaat tegen een rationale analyse van oorzaken waaruit mogelijke angstgevoelens ontstaan. Onder het mom van bescherming van moslimminderheden dreigt zodoende ook nog het fundamentele mensenrecht van vrije meningsuiting te worden ondermijnd.

Geen ongenuanceerd onbehagen

Uit tal van onderzoeken blijkt dat een ruime meerderheid van de (oorspronkelijke) Nederlanders welwillend staat ten opzichte van moslims en hun godsdienst in onze samenleving. Tegelijk leeft er een grote scepsis over bepaalde uitingen en ambities van (groepen) moslimimmigranten en hun nakomelingen, al dan niet met agressie kracht bijgezet. Groenendijk beschrijft tal van reële situaties die bijdragen aan dat breed gedeelde onbehagen. Het gaat dan om de aard en omvang van de immigratie, een op etnocentrisme gestoelde beleving van saamhorigheid en loyaliteit, het ontstaan van parallele samenlevingen in de Nederlandse (en westerse) context, islamitische orthodoxie en tribale opvattingen over eer en geweld. Onmiskenbaar blijkt dan dat het onbehagen over deze factoren over het algemeen niet voortkomt uit een irrationele vreemdelingenangst.

Een versteende Koran?

Een belangrijk deel van zijn boek wijdt Groenendijk aan een analyse van de Koran. Zeker, veel koranverzen bevatten een onvriendelijke boodschap. Zowel binnen als buiten de islamitische wereld wordt de Koran echter uiteenlopend geïnterpreteerd. Daarbij valt op dat de groep die de Koran nog onverkort beschouwt als een letterlijk te nemen, tijdsneutraal instructieboek, geleidelijk afneemt. Na het drama van 9/11 heeft het herinterpreteren van de Koran (in feite de relativiteit ervan implicerend) een grote vlucht genomen. Over de hele wereld spannen individuele moslims en hun organisaties zich in om een tekstexegese te ontwikkelen die meer rijmt met moderne opvattingen over religie in een sociale en politieke context. De reactie van deze liberalere moslims op kritiek op hun heilige boek is dan ook steeds tweeledig: (i) verzen moeten in de context worden gelezen en (ii) specifieke verzen zijn tijdsgebonden. Veel voorlieden in deze fragiele beweging staan zélf bloot aan vervolging. Toch is de betekenis ervan meer dan marginaal. Dit proces behelst immers niet meer of minder dan het begin van het onttakelen van islamitische superioriteitsclaims.

Tussen dogma en inspiratie

Het is jammer dat ‘Islamofobie’ goeddeels aan dié trend voorbijgaat. In plaats daarvan nagelt Groenendijk moslims op de meest rabiate zienswijze van hun teksten vast. Daarmee wordt impliciet de spraakmakende minderheid, die dwingend uitgaat van de onaantastbaarheid van de heilige teksten, tot norm verheven. Het boek ‘Islamofobie’ ademt dan ook een sfeer uit waarin de Islam a priori wordt bestempeld tot een fake-godsdienst. Groenendijk pleit ervoor om niet langer over ‘moslims’ en ‘Islam’ te spreken, maar consequent over ‘mohammedanen’ en ‘mohammedanisme’. Het ontkennen van óók een spirituele betekenis van de Islam, noch het gelijkschakelen van alle moslims levert echter een productieve benadering op. Al te groffe generalisaties nivelleren immers de relevante contrasten binnen moslimse bewegingen, overigens zowel in negatieve als in positieve zin (zoals de auteur terecht ook een kritische noot kraakt over het al te optimistische Islam-rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 2006). Tussen de regels door valt die nuancering overigens ook uit het boek zelf op te maken. Gesteld wordt dat we het in Nederland nog relatief goed getroffen hebben met onze binnenlandse moslims (b.v. pp. 77-78). Helaas blijft onduidelijk waar dat op gebaseerd is.

Slecht begrepen ‘Respect’

Wat ook node mist is een analyse van hoe islamitische religieuze, intellectuele en politieke voorhoedes het nieuwe en waterige begrip ‘islamofobie’ instrumentaliseren om hun machtsaanspraken kracht bij te zetten. Groenendijk gaat ook niet in op hoe in de westerse ontvangende samenlevingen gepoogd wordt geïmporteerde waarden en normen, die daar inmiddels wezensvreemd zijn, alsnog te doen accepteren en zelfs te respecteren. Dat in veel gevallen dat ‘respect’ ten onrechte opgeëist en volledig misplaatst wordt gegeven, beschrijft het boek weer wel overtuigend. Aan de hand van tal van tragi-komische situaties laat Groenendijk zien hoe een verkeerd begrepen tolerantie in feite de integratieproblematiek versterkt, en soms zelfs de weg baant voor wangedrag en agressie.

Religie of cultuur?

Een sterk onderdeel van het boek vormt ook de beschrijving van maatschappelijke ontsporingen waarbij moslims in Nederland en elders betrokken zijn, zoals eerwraak, polygamie, geweldscriminaliteit en vrouwenverminking. Hoewel Groenendijk aanstipt (p. 91) dat sprake is van een “overlap van mohammedanisme en tribale cultuur”, wijst hij telkens op het oorzakelijke verband met de Islam. Daarmee volgt hij dezelfde redenering, zij het in omgekeerde richting, als het OIC, dat kritiek op welk gebruik van moslims dan ook bij voorbaat als ‘islamofoob’ bestempelt. Hoewel de Islam als ethisch-moreel kompas zichtbaar tekortschiet om integratieproblemen in Nederland en het Westen te beheersen, toont onderzoek van het World Values Survey aan dat de doorwerking van tribale, patriarchale culturen fundamenteler is. De cultuurclash gaat, plat gezegd, meer om sex dan om spiritualiteit. Bovendien komen die botsingen ook bij niet-islamitische immigrantengroepen voor (zoals in de sub-Saharaanse en Caraïbische gemeenschappen). In de VS bijvoorbeeld hangt een groot deel van de overwegend katholieke Latino-immigranten een primitieve machocultuur aan. Zij vormen mede daardoor een bijzonder moeilijk te integreren groep. En anders dan op pagina 76 van het boek wordt gesteld, wordt daar wel degelijk veel met Mexicaanse vlaggen gezwaaid als de belangen van deze groepen in het geding zijn.

Islamitische politieke agenda

Hoezeer Groenendijk ook terecht waarschuwt voor de ambities van het OIC, het is jammer dat hij hier geen concrete voorbeelden aanhaalt. Zo verdienen de twee mondiale Anti-Racisme Conferenties (Durban I en II vonden het afgelopen decennium onder de vlag van de Verenigde Naties plaats) het om kritisch onder de loep te worden genomen. Zowel op deze conferenties als al jarenlang in de VN-Mensenrechtencommissie heeft het OIC-blok immers een onfrisse rol vervuld, die er op is gericht het Westen te muilkorven. In het verlengde hiervan blijft in Groenendijks boek ook de almaar uitdijende Euro-Mediterrane dialoog buiten beeld. Die is nochtans van cruciale betekenis voor het elkaar (onbedoeld) versterkende discours van de islamitische orthodoxie en de belangen van sommige westerse politici en intellectuelen (zie bijvoorbeeld de eenzijdige opstelling van Amnesty International op het vlak van discriminatie van moslims, rapportages over moslims in West-Europa van de Open Society Foundation waar Prinses Mabel van Oranje-Nassau een prominente rol speelt, of de discutabele rol van wetenschappelijke instituten in het Westen).

Een recent voorbeeld van die ongewenste vorm van ‘dialoog’ biedt de rede van de secretaris-generaal van de OIC, Ekmeleddin Ihsanoglu, op 6 mei j.l. voor de Diplomatische Akademie in Wenen. Hoewel de heer Ihsanoglu vurig stelt een ‘clash of civilizations’ tussen de islamitische wereld en het Westen te willen voorkomen, bevat zijn betoog van krap vijf pagina’s alle gezichtspunten die nu juist een ontspannen relatie met het Westen in de weg staan:

  • de missie van de Islam is een universele, namelijk het uit de ‘duisternis’ leiden van alle volkeren in de wereld naar het ‘licht’ van de islamitische waarheid;
  • de islamitische beschaving wordt verheerlijkt en zou aan de oorsprong liggen van de Verlichting in Europa;
  • het Westen wordt vereenzelvigd met het Christendom, voorbijgaand aan de seculiere grondslag van westerse democratieën, waarbinnen zowel religieuze diversiteit als het atheïsme kunnen gedijen;
  • de Islam kenmerkt zich door tolerantie en respect voor diversiteit, het Westen daarentegen maakt zich schuldig aan discriminatie en racisme jegens moslims;
  • de vrijheid van menigsuiting wordt in het Westen misbruikt en moet begrensd worden om ‘Islamofobie’ aan banden te leggen.

(Bron. Kenmerkend is dat ‘Islamophobia’ met een hoofdletter, en ‘racisme’ met een kleine letter wordt geschreven…).

Orthodoxie in Nederland

Het is de mix van sociaal-religieuze en politieke dogma’s die het samenleven van moslims met andersdenkenden in de multi-etnische samenlevingen zo problematisch maakt. Wellicht levert die politisering van een van de grootste mondiale godsdiensten stof op voor een vervolg op het goed gedocumenteerde boek van Groenendijk, dat ook nuchter van toon is en prettig leest. Alleen al het gegeven dat anno mei 2010 in Nederland drie landelijke manifestaties van orthodox-islamitische signatuur plaats vinden, vraagt om een analyse die een breder bereik kent dat dit boek nu ten deel is gevallen.

Ten slotte: laat niet uit het zicht verdwijnen dat niemand zo van angst voor de Islam is doordrongen als…. de moslim zelf:

En de uitspraak van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam):
‏(‏أوصيكم بتقوى الله والسمع والطاعة وإن تأمر عليكم عبد‏)
‘Ik adviseer jullie om Allah te vrezen en om te luisteren én te gehoorzamen, ook al neemt een slaaf de leiding over jullie.’

En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan. En vreest Allah, zeker, Allah is streng in het straffen. [Koran 59:7]



Alex Voets

Mei 2010

Reacties

  1. Frans Groenendijk schreef op 28 mei 2010, 17:26:

    Het weerwoord op deze kritiek is wat lastig in dit reactiehokje te plaatsen.
    Kijk op Keizers & Kleren (zie link) voor de tekst.
    De titel luidt: Fundamentalisten als veelbelovende hervormers

  2. Intercultureel schreef op 29 mei 2010, 17:50:


    Groenendijks reactie is ook hier te lezen.

    Reageren kan ook per email door hierboven op “intercultureel” te klikken. De redactie plaatst alleen inhoudelijk relevante reacties.

    Alex Voets

Op dit artikel kan niet gereageerd worden.