Herkomst? Het land van toe-komst!

15 maart 2004    Lees de reacties   

Immigratie moet Nederland per definitie verrijken

Maart 2004

Een onbenut reservoir aan multicultureel talent

Veel jonge, vaak hoog opgeleide, kosmopolitisch ingestelde Nederlanders met een Turkse, Surinaamse, Marokkaanse, Afrikaanse, Molukse of andere etniciteit hebben ongekende talenten in huis. De synergie hiervan zou op uiteenlopende vlakken – voor de zorgsector, kunst & cultuur, voor de wetenschap, voor bedrijven, etc. – een gigantische output op kunnen leveren. Maar op dit moment komen die talenten niet optimaal tot hun recht. De etnische eenkennigheid die steeds meer opgeld doet in onze samenleving, remt individuen in de ontplooiing van hun capaciteiten. Sub-gemeenschappen ondervinden als gevolg van maatschappelijke afzijdigheid een verstening van hun cultureel erfgoed. Voor de samenleving als geheel leidt dit tot sociale instabiliteit en economische stagnatie.

Een gebrek aan sociaal-culturele openheid, leergierigheid en interculturele dynamiek belemmert de totstandkoming van chemie tussen burgers van verschillende culturele snit. Interactie tussen verschillende visies en gezindten in een creatieve omgeving, is de belangrijkste voorwaarde voor een gezonde groei van de samenleving. Een nieuwe kijk op integratie en diversiteit is dan ook noodzakelijk om het potentieel aan menselijke talenten te ontsluiten ten bate van de Nederlandse samenleving.

Productieve immigranten zijn wél-kom

Een voorwaardelijke stap naar een effectief integratiebeleid is de erkenning van Nederland als aantrekkelijk immigratieland. Nederland heeft behoefte aan immigranten, mits deze substantieel bijdragen aan de samenleving. Nederland kan een beter land worden, juist dánkzij immigranten. Die erkenning wordt nu node gemist. Hierdoor wordt immigratiebeleid niet constructief opgepakt, maar behandeld als een noodzakelijk kwaad. ‘Ze blijven nu eenmaal komen, dus is het zaak om dit zoveel mogelijk te ontmoedigen,’ is de kerngedachte van het huidige beleid. Maar: integreren moet zoveel inhouden als ‘meedoen én bijdragen aan de maatschappij’. Dit geldt voor oud- én nieuwkomers. Immigratiebeleid dient dus gestoeld te zijn op de positieve insteek dat productieve immigranten van harte welkom zijn.

Een gedegen integratiebeleid staat of valt met een goed doordacht immigratiebeleid. Het laatste is een onlosmakelijk onderdeel van het eerste. Als de huidige immigratiestromen niet adequaat gereguleerd worden, blijft de status quo gehandhaafd: vele, met name niet-westerse, immigranten ontberen bij voorbaat al de mentaliteit die nodig is om te wíllen en te kúnnen integreren. Daar kan geen enkel integratiebeleid een tegenwicht aan bieden. Een scherp en rechtvaardig geformuleerd immigratiebeleid kan dit echter wel. Daarom moet er serieuze, uitgebreide en positief-kritische aandacht te komen voor de formulering van immigratiebeleid. Het wederkerigheidsbeginsel moet daarin de leidraad te zijn.

h2. Wederkerigheid als basis voor samenleven

Stichting De Wijk is van ons Allemaal werkt vanuit het gedachtengoed dat een gezonde mix van individuele ontplooiing en interculturele gemeenschapszin de beste basis is voor een ondernemende samenleving. Dit verbindt losse ijkpunten als arbeidsdeelname, scholingsgraad en politieke participatie. Individuele ontplooiing biedt de ruimte om talenten tot bloei te brengen die de motor voor vernieuwing vormen. Interculturele gemeenschapszin bevat een passieve en een actieve verantwoordelijkheid waarmee uiting wordt gegeven aan betrokkenheid bij het grotere geheel van de samenleving. Enerzijds is er de norm dat de vrijheden van het individu nooit ten koste mogen gaan van de gezondheid en kracht van de gemeenschap als geheel. Anderzijds heeft elk individu de plicht om actief te investeren in de samenleving. In ruil hiervoor biedt de gemeenschap het individu alle kansen om zich te ontwikkelen en –in tijden van tegenspoed- garandeert zij bestaanszekerheid door middel van verzorgingsarrangementen.

Door het wederkerigheidsbeginsel als leidend principe te hanteren, is een duurzaam vitale maatschappij mogelijk, zowel in fysieke en economische als in sociale zin. Van deze drie weegt de sociale pijler het zwaarst. Voor fysieke en economische vitaliteit is de kwaliteit van het sociale kapitaal immers doorslaggevend. Want zoveel heeft het afgelopen decennium wel duidelijk gemaakt: ‘werk, werk, werk’ is niet hét panacée voor een integratieve samenleving.

Wie wordt toegelaten

De kracht en vitaliteit van de Nederlandse samenleving, nu en in de toekomst, staan voorop. Daarom moet als norm gelden dat Nederland per saldo béter wordt van immigratie. Hoeveel en welke immigratie Nederland wenst, wordt duidelijk gemaakt in de migratiegebruiksruimte: een democratisch toetsbaar beleidsinstrument dat de (behoefte aan) immigratie in quota uitdrukt, die in relatie staan tot de reële opnamecapaciteit. Daaruit volgt welke ruimte Nederland biedt aan welke immigranten om zich –tijdelijk of permanent– in Nederland te vestigen. Dit heeft tot gevolg dat personen, die niet kunnen of willen bijdragen aan de Nederlandse samenleving, niet worden toegelaten. Dit wordt in het land van herkomst al getoetst.

Welkom zijn immigranten die:

1.de Nederlandse Grondwet en de universele mensenrechten erkennen en actief onderschrijven
2.welwillend en ambitieus zijn om in te burgeren en te integreren
3.in het eigen levensonderhoud kunnen voorzien.

De migratiegebruiksruimte vormt de basis voor het toelatingsbeleid, waarin het belang van de Nederlandse samenleving voorop staat. Immers, het principe van het wederkerige belang gaat voor de kandidaat-immigrant pas op ná toelating tot ons land. Dit laat tal van opties open om selectief immigranten uit economische danwel humanitaire redenen toe te laten. Het wederkerigheidsprincipe kan ook gediend zijn met de (tijdelijke) toelating van studenten en laaggeschoolde immigranten. Ook met de opname van vluchtelingen is een Nederlands belang gediend in het kader van een pro-actief mensenrechtenbeleid.

h2. In vijf jaar van nieuwkomer tot gevestigde

Inburgeren en integreren neemt maximaal vijf jaar in beslag, daarna is het ‘einde oefening’: de immigrant wordt (feestelijk!) gehuldigd als ‘Nieuwe Nederlander’ of zonder poespas uitgewezen. Dit is streng, maar zuiver, rechtvaardig en bijzonder stimulerend voor mensen die wél willen en veel investeren in hun Nederlands burgerschap.

De inburgeringsfase duurt één jaar. In dat jaar vult de immigrant de reeds in het herkomstland opgedane basiskennis van de Nederlandse taal aan en versterkt hij zijn elementaire kennis over de staatsinrichting, openbare voorzieningen en cultuur van Nederland. Deze kennis en vaardigheden worden getoetst. Is de uitkomst onvoldoende, dan gaat de immigrant terug naar het land van herkomst. Is het resultaat positief, dan gaat de integratiefase in. Deze duurt maximaal vier jaar of korter, indien mogelijk.

Gedurende het inburger- en integratietraject kan de immigrant gebruikmaken van een aantal tools, die de overheid faciliteert. Uiteraard valt te denken aan (taal)onderwijs, arbeidstoeleiding en hulp bij huisvesting. Maar evenzo belangrijk zijn de instrumenten die uitsluitend sociaal-culturele integratie bevorderen: sportactiviteiten, maatjesprojecten, toeleiding naar vrijwilligerswerk en allerhande verenigingen. Het is één van de meest gehoorde wensen van bereidwillige nieuwkomers: ontmoeting en sociaal contact met gevestigde Nederlanders. Maar door een gebrek aan aandacht voor het belang van de sociaal-culturele poot van integratie, bevinden bijbehorende initiatieven zich nogal in de marge.

Er ís bereidheid en potentieel bij gevestigde Nederlanders, met name de jongere generaties, om mee te werken aan flexibele vormen van interactie met nieuwkomers. Het gaat er om deze bereidheid in concrete maatschappelijke actie om te zetten. Ook voor gevestigde Nederlanders zijn daarom positieve prikkels denkbaar om bij te dragen aan het integratieproces. Denk aan fiscale voordelen voor vrijwilligers, verenigingen en burgerinitiatieven die immigranten verwelkomen in hun midden. Ook voor bedrijven die stageplaatsen en banen creëren waarin immigranten zich kunnen ontwikkelen, moeten kunnen rekenen op een fiscale stimulans. De samenleving als geheel heeft immers baat bij een voorspoedige integratie van productieve immigranten.

‘Incentives’ voor integratie

Inburgering en integratie zijn processen die nog teveel behept zijn met de connotatie ‘even door de zure appel heenbijten’. Natuurlijk is het ook voor de meest enthousiaste immigrant een flinke klus om een nieuw land te leren kennen en tot thuis te maken. Die immigrant heeft dan ook alle recht op erkenning en waardering van zijn prestaties, als deze leiden tot een productieve plaats in onze samenleving. Na vijf jaar integreren vindt daarom vanzelfsprekend een uitbundige en officiële ceremonie plaats waarbij de burgemeester de permanente verblijfsvergunning uitreikt. Na maximaal vijf jaar wordt een geslaagde immigrant een Nieuwe Nederlander: volwaardig deel van het Nederlands geheel. Het onderscheid autochtoon – allochtoon vervalt daarmee!

Idealiter gaat dit gepaard met de toekenning van de Nederlandse nationaliteit. Zolang echter het volkenrecht geen uniforme spelregels kent ten aanzien van de nationaliteitskwestie, tekenen immigranten die de nationaliteit van het oorsprongsland (moeten of willen) behouden een ‘intentieverklaring tot afstand van de eigen nationaliteit’. In die gevallen waarbij de eigen

nationaliteit behouden blijft, moet de Nieuwe Nederlander een loyaliteitsverklaring tekenen waarmee hij de Nederlandse grondwet en wet- en regelgeving aanvaardt. De immigrant accepteert dan ook beperkingen ten aanzien van het burgerschap (b.v. het stemrecht). Zodoende kan aan immigranten de ruimte worden geboden om hetzij volledig tot naturalisatie over te gaan, hetzij het Nederlands staatsburgerschap te aanvaarden zonder daarbij de nationaliteit van het herkomstland op te geven. In beide gevallen bevordert Nederland dat de aanvaarding van het Nederlanderschap met of zonder paspoort geschiedt onder omstandigheden die zowel ons land ten goede komen, als een volwaardig functioneren van de oud-immigrant mogelijk maakt.

Gelijke monniken, gelijke kappen

Inburgerings- en integratiebeleid gestoeld op bovengenoemde beginselen, houdt in dat immigranten (uiterlijk) na vijf jaar hetzij worden teruggezonden, hetzij als volwaardig Nederlands burger in onze samenleving (kunnen) functioneren. Vanaf het vijfde jaar biedt de overheid in principe geen andere faciliteiten dan er voor de algemeen-Nederlandse samenleving beschikbaar zijn. Nieuwe Nederlanders kunnen zich niet beroepen op etniciteit of religie. Van etnisch of religieus opportunisme kan geen sprake meer zijn, een ‘allochtone uitzonderingspositie’ behoort tot het verleden.

De huidige Wet Overleg Minderheden (WOM) wordt ingrijpend aangepast tot een nieuwe Wet Overleg Multiculturele Samenleving (WOMS). Deze wet voorziet in een periodiek overleg tussen enerzijds regering en overheid, en anderzijds een gemêleerde afvaardiging van sleutelfiguren uit de diverse gemeenschappen die onze samenleving rijk is. Doel van het overleg is om ontwikkelingen op het vlak van ‘verscheidenheid en eenheid’ te signaleren en te adviseren over beleid dat de samenleving als geheel versterkt. De nieuwe wet regelt dit periodieke overleg zowel op rijks- als op gemeentelijk niveau.

Een neutrale overheid die uitgaat van gelijkberechtiging van burgers verleent geen subsidie aan organisaties die zich slechts voor één of enkele etnische groeperingen inzetten. De grondwettelijke vrijheid van vereniging blijft uiteraard onverlet, maar aan de legitimering van etnische profilering wordt een einde gemaakt. Daarentegen investeert de overheid in sleutelfiguren die vanuit een supra-etnische, kosmopolitische mentaliteit bruggen slaan tussen leefstijlen, culturen en religies in Nederland.



Tien Punten Plan

De volgende 10 punten maken het bouwen aan een integratieve en productieve samenleving tot een kansrijke missie:

1.Koppel integratie- aan immigratiebeleid;

2.Erken dat een sociaal vitale samenleving voorwaardelijk is voor een gezonde economie;

3.Hanteer het wederkerigheidsbeginsel als leidraad voor samenleven:

a.Individuen en gemeenschap investeren evenwichtig in elkaar
b.Groepsbelangen mogen het gemeenschappelijk belang niet schaden

4.Formuleer kwantiteit en kwaliteit van de gewenste migratiegebruiksruimte;

5.Ontwikkel meetinstrumenten voor selectie van immigranten ín het herkomstland;

6.Ontwikkel een scherp inburgeringstraject van ten hoogste 1 jaar;

7.Ontwikkel tools voor facilitering van integratie van jaar 1 tot 5;

8.Creëer positieve prikkels voor immigrant en gevestigde ten behoeve van een voorspoedige integratie;

9.Moderniseer de communicatie tussen gevestigden en nieuwkomers;

10.Schaf de ‘allochtone uitzonderingspositie’ af, los van het vijfjarige integratietraject.



Amsterdam, april 2004
Stichting De Wijk is van ons Allemaal

Reacties

Op dit artikel kan niet gereageerd worden.